Save Tibet

Iedereen die weleens in Tibet is geweest, heeft kunnen ervaren hoe de verhoudingen tussen de Tibetanen en de Chinezen liggen. Op het eerste gezicht lijkt er nog niet zoveel aan de hand te zijn. In de kloosters tref je monniken aan, over de Barkhor lopen veel Tibetanen, al draaiende aan hun gebedsmolen, de Kora. Die Tibetanen hebben het voor elkaar, zou je denken. Echter schijn bedriegt in Tibet. Als je achter de sluier van vrede en harmonie kijkt, zie je een heel ander beeld. Alles wordt nauw in de gaten gehouden. Op elke hoek van de straat is wel een politiepost. Op de daken rondom de Jokhang, één van de belangrijkste kloosters in Tibet, liggen scherpschutters die alles wat in het klooster gebeurt in het oog houden. Op de Potala, het paleis van de Dalai Lama wappert de Chinese vlag.

Wat is er toch aan de hand tussen de Chinezen en de Tibetanen? Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong op het plein van de Hemelse Vrede in Beijing de Volksrepubliek China uit. China werd een communistisch land onder leiding van Mao en zijn Communistische Partij. Hij vond dat het land hervormd moest worden en de Culturele Revolutie was een feit. Op 7 oktober 1950 vielen de Chinese troepen Tibet binnen. Na een lange strijd, waarin veel kloosters werden vernietigd en veel Tibetanen de dood vonden, namen de Chinezen de macht over en vluchtte de Dalai Lama het land uit. De Dalai Lama woont sindsdien in ballingschap in Mc Leod’s Ganj, nabij Dharamsala in India.

Tibet is sinds een aantal jaar weer toegankelijk voor buitenlanders. De Chinese overheid heeft ontdekt dat toeristen geïnteresseerd zijn in de Tibetaanse cultuur en dat instandhouden van de kloosters lucratiever is dan deze te vernietigen. Zei het onder strenge controle, worden er weer toeristen in Tibet toegelaten. Je mag echter niet zelfstandig door Tibet reizen. Je moet kunnen aantonen dat je een reis bij een reisorganisatie hebt geboekt. Wij kwamen zelf via een vlucht vanuit Chengdu, een stad in Sichuan, Tibet binnen. Naast dat we in bezit moesten zijn van een visum voor China, kregen we in Chengdu een permit om Tibet in te mogen reizen. Om problemen te voorkomen, mochten we bij het aanvragen van het visum voor China niet aangeven dat we graag door wilden reizen naar Tibet. Eenmaal in Tibet aangekomen, moesten onze paspoorten nog één keer gecontroleerd worden, voordat we Lhasa mochten binnenrijden. Lhasa doet in eerste instantie nogal Chinees aan. Er staan bij binnenkomst hoge, kale flatgebouwen. Af en toe staat er een Communistisch standbeeld. In niets maak je in eerste instantie op dat je in Tibet bent. Na een tijdje, kwamen we in de Tibetaanse wijk, de Barkhor uit. Hier werd het duidelijk dat we in Tibet waren aangekomen. Witte huizen, met bruine daken, bewerkte ramen en gebedsvlaggen. Dit was Tibet, zoals ik het me had voorgesteld.

Als Tibetanen aan hun gebedsmolens draaien, wordt de mantra ‘Om mani padme hum’ de wereld ingezonden, een gebed voor alle levende wezens op aarde. Het lijkt een contradictie, het volk dat zelf zwaar onderdrukt wordt, bidt voor iedere levende ziel. Het Boeddhisme is erg belangrijk in Tibet. Aan het hoofd van het Tibetaans Boeddhisme staat de Dalai Lama. Vroeger was hij zowel politiek als geestelijk leider van Tibet. De Tibetanen geloven dat de Dalai Lama de reïncarnatie van de Boeddha van mededogen is. Als de Dalai Lama overlijdt, dan gingen ze in Tibet altijd op zoek naar zijn reïncarnatie. In de Potala, het winterpaleis van de Dalai Lama zien we de grafmonumenten van de voorgangers van de huidige Dalai Lama. Terwijl ik langs de grafmonumenten loop, vraag ik me af wat met Tibet gebeurt als de huidige Dalai Lama overlijdt. Zal er een nieuwe Dalai Lama gezocht en gevonden worden? En zal de opvolger dan door de Chinezen of door de Tibetanen gezocht worden. Zal de Dalai Lama reïncarneren op Tibetaans grondgebied, dus gebied onder bewind van China of  buiten de landsgrenzen van China. De Dalai Lama geeft zelf aan dat hij nog een hele tijd te leven heeft. Hij laat in het midden of hij opnieuw zal reïncarneren. Ook al mag de Dalai Lama zijn land niet meer in, door de Tibetanen is hij nog lang niet vergeten. In de Potala zijn vele pelgrims die vol devotie door de vertrekken van hun leider lopen. Als ik door de privévertrekken van de Dalai Lama wandel, o.a. de kamer waar hij met de Chinezen onderhandelde, word ik verdrietig. In mijn ogen lijkt de situatie in Tibet uitzichtloos. De internationale gemeenschap lijkt China te vriend te willen houden vanwege de handelsverdragen. Geen enkele natie lijkt zijn hand in het vuur te durven steken voor Tibet. Ze zijn allemaal bang om hun goede deals met China te verliezen. Ik besef me dat en zie ondertussen de pelgrims door de Potala heen trekken. Zelden heb ik mensen gezien die zo vol overgave en devotie bidden. Wie zal zich het lot van hen aantrekken? Zolang handel en geld de scepter zwaaien, denk ik niet dat er snel een einde zal komen aan de Tibetaanse kwestie.

De meeste Tibetanen zien in dat Tibet niet meer volledig onafhankelijk van China kan zijn. Economisch gezien zijn beiden landen teveel met elkaar verbonden. De Tibetanen zouden wel graag willen dat de Dalai Lama als hun geestelijk leider, en niet persé als hun politiek leider, terug naar Tibet mag keren. De Chinese overheid wil hier echter niets van weten. Terwijl ik op de Barkhor ronddwaalde en de Tibetanen rondom de Jokhang zag, biddend, draaiend aan hun gebedsmolens, vroeg ik me af waar de Chinezen eigenlijk bang voor zijn. De Chinese overheid probeert zo krampachtig de controle te houden in Tibet en ik begrijp er niets van. De meeste Tibetanen willen helemaal geen volledige onafhankelijkheid. Het enige wat ze willen is in vrijheid kunnen leven.

De situatie in Tibet maakt me verdrietig en boos tegelijk. Het maakt me boos dat de Chinese overheid zonder blikken of blozen dat mooie land, met deze rijke cultuur van de Tibetanen heeft afgepakt. Ik zie boven op de Potala de Chinese vlag wapperen. Mijn maag draait zich om. Ik voel de boosheid langzaam omhoog stijgen. Waar halen de Chinezen het lef vandaan om hun vlag op de Potala, het heiligdom va het Tibetaans Boeddhisme, te laten wapperen, terwijl ze de Tibetaanse vlag verboden hebben. Het maakt me boos dat door heel Lhasa allerlei standbeelden van Communistische kameraden staan, o.a. op het plein tegenover de Potala. Het maakt me boos dat ik op elke hoek van de straat een politiepost zie, waardoor het lijkt alsof het Tibetaanse volk streng gecontroleerd moet worden, alsof ze een stel criminelen zijn. Hoe schrijnend is dan het contrast met het volk zelf, zelden heb ik een vriendelijker, devoter of oprechter volk gezien dan de Tibetanen. Het maakt me boos dat ik op de daken van de huizen rondom de Jokhang scherpschutters zie zitten, die hun wapens op het klooster gericht houden. Het maakt me boos dat de Chinezen, die inmiddels de grootste bevolkingsgroep in Lhasa vormen, de betere banen krijgen, om de simpele reden dat ze beter Chinees praten dan de meeste Tibetanen.Hoe vreemd is het als in je eigen land je eigen moedertaal niet meer de voertaal is? De Tibetaanse taal  en cultuur wordt langzaam de kop ingedrukt. Ben ik dan boos op alle Chinezen die zich in Tibet hebben gevestigd? Nee, natuurlijk niet. Het Chinese volk bepaalt net zomin als het Tibetaanse volk wat er met Tibet gaat gebeuren. Het is de Chinese overheid die strak de touwtjes in handen houdt en daar hebben zowel de Tibetanen als veel Chinezen last van.

Laten we hopen dat de situatie in Tibet ooit zal veranderen. Laten we hopen dat de Tibetanen ooit weer in vrijheid mogen leven. We mogen die hoop niet verliezen. We mogen de ogen niet sluiten voor de mensen in Tibet en voor de situatie waarin ze leven. We zijn zelf in Tibet geweest en ik vind dat het daarom mijn morele plicht is om de situatie in Tibet onder de aandacht te brengen. Elk sprankje hoop doet leven in Tibet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *